Rustig...
De laatste tijd ben ik me steeds meer en meer bewust van de negatieve gevolgen van zo te leven. Nochtans is dit levensbeeld tegenwoordig genormaliseerd. Het leven gaat steeds sneller, er wordt steeds meer van ons verwacht.
Geen wonder dat ik de afgelopen jaren amper aan gamen toe ben gekomen, terwijl gaming wel onlosmakelijk in mijn DNA zit ingebakken.
“Geen tijd voor games”, vertelde ik mezelf steeds. Misschien als ik de hele dag aan een verschroeiend tempo werk, dat ik mijn ambitieuze takenlijst voor die dag eens kan afronden (haha) en dat er daarna nog een halfuurtje over is om wat te gamen. Maar zelfs als dat halfuurtje er is, ben ik uiteindelijk te moe om te gamen.
Het was altijd een of-of-verhaal. Zwart-wit. Je kan productief zijn óf je kan gamen. Je kan bouwen aan jezelf óf je kan gamen. Maar net zoals zo vaak blijkt, is het helemaal niet zo zwart-wit. Net in deze drukke tijden kan gamen je helpen om even de pauzeknop in te drukken en op adem te komen.
Ik merkte het voor het laatst met Resident Evil: Requiem. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst een game uitspeelde, dat moet volgens mij The Last of Us Part 2 geweest zijn. Maar Resident Evil: Requiem deed me weer verliefd worden op het medium.
Ik verloor mezelf helemaal in de wereld van RE9 en ik voelde me geen minuut schuldig over het feit dat ik evengoed iets nuttigs zou kunnen doen. Want Resident Evil: Requiem spelen wás nuttig. Ik voelde me rustiger, minder gestresseerd. Het is geen hogere wiskunde, het is letterlijk de betekenis van ontspannen. De spanning wegnemen. Maar mijn boog stond altijd gespannen. Stilstaan is achteruitgaan, en elke minuut dat je niet groeit, verlies je opportuniteiten.
Maar ontspannen is geen tijdverspilling, ontspanning ís productief.
Ik worstelde me (op de beste manier) in een weekendje door Resident Evil: Requiem en toen ik weer in de 'echte wereld’ kwam voelde ik me goed over mezelf. Niet gewoon omdat ik nog eens een game had uitgespeeld, maar puur omdat ik mezelf niet verloochende. Gamen is altijd belangrijk geweest voor mij, ik kan me geen tijd herinneren waarop ik nog niét in aanraking was gekomen met gaming. Die vorm van entertainment links laten liggen, is zelfverloochening.
Er heerst nog steeds een stigma rond gaming. We denken te vaak dat een gamer 20 uur per dag World of Warcraft speelt, en alle andere aspecten van zijn leven verwaarloost. Maar datzelfde beeld zou je niet hebben van iemand die 20 uur per dag boeken leest. Je zou er net bewondering voor hebben en denken “was ik ook maar zo”. Toch is lezen evenzeer een vorm van escapisme en ontspanning. Daarmee wil ik niet zeggen dat je 20 uur gamen per dag kan normaliseren, net zoals je 20 uur werk per dag niet mag normaliseren. Alles met mate. Niet alleen ontspanning, maar ook werk. Vooral werk.
De laatste tijd voel ik mezelf terug meer in balans. Niet omdat ik meer werk, verre van. Wel omdat ik nee zeg tegen 1000 dingen per dag, zodat ik ja kan zeggen tegen de dingen die voor mij belangrijk zijn. Mis ik dan opportuniteiten? Wellicht. Ben ik gelukkiger? 100%.
Misschien was die 8-jarige versie van mezelf nog niet zo gek toen die beweerde dat hij niet kon leven zonder videogames. Misschien moet ik eens wat vaker luisteren naar het kind in mij, en wat minder naar de volwassenen en de zelfbenoemde “experts” die de hustle-cultuur volledig hebben omarmd. Laat ze maar druk zoeken naar de nieuwste AI-workflow waar je gegarandeerd miljonair mee wordt. Dan druk ik ondertussen wel even de pauzeknopf in en trakteer ik mezelf op een warm drankje en een uurtje gamen.
Genoten van dit stuk?
Wij leven voor het applaus!
Reacties
0 reacties
Nog geen reacties. Start het gesprek.